Uitgewerkte voorbeelden primary CLIL

pp.06-09_Bodde_JSW januari 2018_ThemaContent and Language Integrated Learning (CLIL) is in opmars in het basisonderwijs. Hoe kun je verantwoord en praktisch met primary CLIL werken naar gedifferentieerde taalvaardigheidsniveaus van de leerlingen? Wat levert het combineren van taal en vakinhoud op? Het artikel ‘Vakken in het Engels’, dat gepubliceerd is in JSW januari 2018, ging op deze vragen in. In dit artikel wordt verwezen naar uitgewerkte voorbeelden van scholen in de verschillende fases van light naar real CLIL. De voorbeelden vind je hieronder.

Primary CLIL op Katholieke Jenaplanschool St. Franciscus in Nunspeet
Kinderen moeten worden voorbereid op de samenleving van nu én die van de toekomst. Het team van Jenaplanschool St. Franciscus in Nunspeet is van mening dat de Engelse taal een van deze handvatten is en is daarom in 2015 (na twee jaar experimenteren) begonnen met de invoering van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) in de gehele school, in alle stamgroepen. Voorlopig is het doel dat alle leerlingen na acht jaar Engels de school verlaten met niveau A2, een hoger niveau dan de kerndoelen. Bart Noij, stamgroepleider bovenbouw en coördinator vvto Engels, geeft aan dat dit na twee jaar vvto natuurlijk nog niet gerealiseerd is. De school staat nog aan het begin van een groeiproces.

Voor de thema’s die worden behandeld in het Jenaplanonderwijs is er een driejarenplanning. Elke vier weken is er een nieuw thema waaraan CLIL-lessen Engels worden gekoppeld. De werkgroep Engels brainstormt met de coördinator Engels welke onderdelen in het Engels kunnen worden aangeboden en op welke manier. Bij de kleuters werkt het goed. Ze krijgen een uur Engels per week, uitgaande van een basisles van een half uur en daarna herhalingen met speelse werkvormen. Een keer per week komt de Engelstalige conciërge John in de groep en speelt dan met de kleuters een spel in het Engels.

In de bovenbouw werkt het ook goed. Er wordt gewerkt met de methode My name is Tom (Groen Educatief) met lessen van een half uur. Het methodedeel van een lagere groep wordt nu nog in een hogere groep gebruikt totdat alle leerlingen in onder- en middenbouw Engels hebben gehad. Daarnaast worden onderdelen van een thema in het Engels aangeboden (kleuterCLIL) steeds veertig minuten per week. Zo is bij ‘lentekriebels en seksualiteit’ gekozen voor ‘feelings and emotions’ en is het verhaal van Romeo en Julia met allerlei activiteiten behandeld. Ook thema’s bij geschiedenis en natuuronderwijs (‘energie’) zijn in het Engels behandeld. De Engelstalige Mrs. Nancy (een ouder) verzorgt elke vrijdagmiddag een extra Engelse les voor de kinderen uit groep 8, waarbij veel aandacht is voor spreekvaardigheid. In de middenbouw is Engels voor verbetering vatbaar en is uitbreiding van de dertig minuten lestijd nodig. De kennis van deze leerkrachten moet nog worden uitgebreid, ook over de manier waarop Engels is te combineren met bijvoorbeeld leesonderwijs en instructietijd.

Voor de leerlijn voor Engels wordt het taalaanbod gevolgd van de eerste vier niveaus van Anglia, zoals primary and preliminary, gericht op A2 in de bovenbouw. Anglia is een internationaal en non-profit onderwijsnetwerk dat leerlingen stapsgewijs ondersteunt om, naast de reguliere lessen, hun Engels te verbeteren en hun niveau aan te tonen door middel van een internationaal erkend examen. De leerlingen van Jensaplanschool St. Franciscus doen geen Anglia-examen.

Alle leerkrachten geven Engels en maken hun eigen lessen en materialen (bijvoorbeeld flashcards) met behulp van een lesvoorbereidingsformulier dat is ontwikkeld in samenwerking met een docent van de Marnix Academie. Flashcards zijn (tweezijdige) kaarten met bepaalde informatie, bijvoorbeeld aan de ene zijde de afbeeldingen van een dier uit een voorleesboek en aan de andere kant het Engelse woord. Je kunt ze gebruiken om vraag en antwoord te oefenen bij de onderwerpen die je behandelt. Er wordt gebruik gemaakt van Engelstalige input uit de methode, primary books, materiaal van internet en de websites van de BBC en The British Council. Vak- en inhoudelijke doelen worden meestal geëvalueerd door middel van presentaties, soms met een assessment dat leerlingen zelf invullen. Alle groepsleerkrachten hebben een toets taalvaardigheid Engels gedaan om hun niveau in kaart te brengen. Sommigen volgen een online cursus om hun Engels op te halen als ze lager dan B1 hebben gescoord. De leerkrachten die hoger hebben gescoord, volgen (daarna) een traject om hun spreekvaardigheid en classroom English te verbeteren en lessen te geven. Het team is twee jaar geleden nageschoold in didactiek. Het personeelsbeleid en het aannamebeleid gaan waar mogelijk uit van niveau B2.

Tot nu toe bevalt het werken met CLIL goed. De leerlingen worden zich bewust van hun eigen ontwikkelingen. Daar zijn ze gevoelig voor. Ook het team vindt het werken met CLIL een voordeel, omdat de leerlingen meer dan in reguliere lessen Engels worden uitgedaagd en daardoor beter gemotiveerd zijn. Nadeel is dat het veel voorbereidingstijd kost. Er is nog geen structurele aansluiting met het voortgezet onderwijs. De school wil in gesprek gaan met het vervolgonderwijs, ook met de tweetalige vwo-school in de regio, vooral vanuit de vraag wat men daar doet met de hogere instroomniveaus.

Als toekomstplannen voor de school formuleert Bart Noij: onderzoek naar het invoeren van een leerlingportfolio Engels met feedbackformulieren op eigen (leerling)taalvaardigheid, verbeteren van Engels in de middenbouw, evaluaties met behulp van toetsen of een volgsysteem, dit op orde brengen en de vraag hoe er aan het eind getoetst gaat worden (Cito- of IEP-toets, Anglia of Cambridge). Over twee jaar wil de school de stap zetten naar een keurmerk. De stip op de horizon na vijf jaar is structureel CLIL toepassen in de bovenbouw; na acht jaar is dat A2 voor alle leerlingen, indien mogelijk A2+. Conclusie: St. Franciscus is pas twee jaar geleden gestart met vvto en bevindt zich nu al in de overgang van light naar medium CLIL.

Primary CLIL op OBS Jan Harmenshof in Geldermalsen
Op OBS Jan Harmenshof in Geldermalsen wordt sinds 2011 vvto gegeven vanaf de kleutergroepen. Sinds twee jaar wordt er in alle groepen structureel via primary CLIL gewerkt. Naast CLIL worden er ‘methodelessen’ gegeven: per week drie keer een kwartier in groep 1/2, twee keer een half uur in groep 3/4 en twee keer drie kwartier in groep 5 tot en met 8. Rose Staritsky, leerkracht in groep 8 en tevens bovenbouwcoördinator en coördinator vvto, is aanjager van het proces. De school heeft een werkgroep Engels die samen met haar ieder jaar vaststelt welke onderwerpen aan bod komen tijdens de English afternoons. Alle jaargroepen werken daar een dagdeel aan, bijvoorbeeld aan een onderwerp als seasons, transport of flowers. Dit gebeurt vier keer per jaar. Het lesmateriaal groeit op deze manier aan.

Daarnaast krijgt groep 7/8 een keer per week gym in het Engels. De lessen zijn samengesteld in overleg met gymleraren van het tweetalig vwo, maar ook internet vormt een dankbare bron. In groep 5 krijgen de leerlingen een keer per maand een creatief vak via CLIL, bijvoorbeeld muziek, tekenen of handvaardigheid. In groep 6 is dit al twee keer per maand en groep 7/8 krijgt het iedere week. Ieder jaar houdt de school een speaking contest waarbij leerlingen van groep 7/8 een speech mogen houden over een bepaald thema. Het afgelopen jaar is dit georganiseerd met de twee andere stichtingsscholen. Een native English speaking teacher van het tweetalig vwo was hierbij jurylid, samen met een finaliste van het nationale Junior Speaking Contest (georganiseerd door Nuffic). Aankomend jaar is het de bedoeling dat ook de leerlingen van de lagere groepen laten zien wat ze al kunnen. Dit gebeurt dan in de vorm van een talent show met Engelse liedjes of versjes.

De leerkrachten maken de CLIL-lessen zelf, de coördinator vvto begeleidt daarbij en zorgt ervoor dat de vakdoelen en de inhoudelijke doelen digitaal beschikbaar zijn voor het team. Ook wordt soms hulp ingezet van native speaking (groot)ouders bij de voorbereiding en feedback. De CLIL-vakken worden op dezelfde manier aangeboden als de andere vakken, maar dan in het Engels. Een keer per jaar gaat de coördinator op klassenbezoek en er vinden collegiale consultaties plaats voor Engels.

De Engelse lessen worden geëvalueerd door middel van schriftelijke toetsen en Anglia-toetsen. Dit gebeurt in de groepen 6 en 8 om het algemene niveau vast te stellen. Tijdens English afternoons en gymlessen krijgen leerlingen een beoordeling voor hun effort om Engels te spreken. Het hele team is nageschoold op het gebied van didactiek en taalvaardigheid. Sommigen volgen een cursus Engels taalvaardigheid en enkelen willen meer weten over CLIL. Bij functioneringsgesprekken en sollicitaties speelt vvto ook een rol: nieuwe leerkrachten moeten bereid zijn om aan taalvaardigheidsniveau B2 te werken, maar ook op het gebied van didactiek moeten de leerkrachten scholing volgen. Het team gebruikt vergadertijd om elkaar te vertellen wat ze geleerd hebben tijdens cursussen of nascholing. Primary CLIL heeft verschillende voordelen. Leerlingen leren Engels in combinatie met een ander vak en dat scheelt op den duur tijd. Ook is de aanpak uitdagender en speelser. Een nadeel is dat het meer tijd kost voor collega’s die minder goed in Engels zijn. Er is (nog) geen methode, dus worden de lessen zelf ontworpen. Dat is voor sommigen best pittig.

De school heeft diverse toekomstplannen voor primary CLIL. Rose wil zich oriënteren op Engelstalig lesmateriaal met textbooks als houvast. Ook wil ze met bijvoorbeeld resource packs voor primary CLIL gaan werken. Verder wil ze meer aandacht geven aan differentiatie per onderwerp of vak. Er wordt momenteel onderzocht of voor het vak wereldoriëntatie aardrijkskunde met het IPC (International Primary curriculum) gewerkt kan worden. Rose verwacht dat de school de komende vijf jaar een flinke groei gaat doormaken. Deze school is niet alleen druk bezig met CLIL, maar ook met internationalisering: naast allerlei andere aspecten heeft ook internationalisering een gunstige invloed op het Engelse onderwijs.

De school heeft een TalenT-keurmerk, werkt niet bewust met de landelijke standaard vvto, maar wil wel dat leerlingen aan het einde van groep 8 uitkomen op A2, een hoger niveau dan de kerndoelen. Dat gebeurt doordat leerlingen vanaf groep 6 meedoen met Anglia-examens op vier niveaus. Rose neemt zelf de spraakvaardigheidstoetsen af. Het vergt wat voorbereiding, maar het resultaat is ieder jaar positief. Sommige leerlingen gaan naar het tweetalig vwo, maar op twee scholen voor voortgezet onderwijs in de regio wordt ook tto-onderwijs geboden vanaf TL-niveau. Op dit moment is er overleg met een van de vo-scholen om samen te werken. De leerlingen ervaren de start van tweetalig vwo echter meestal als te makkelijk. Conclusie: de Jan Harmenshof bevindt zich tussen medium CLIL en real CLIL. De school is bezig met het uitbouwen van CLIL in de nabije toekomst.

Primary CLIL op OBS Passe Partout in Rotterdam
OBS Passe Partout in Rotterdam is een school die sinds 2014 meedoet aan de pilot voor tweetalig basisonderwijs. De school startte in 2006 met vvto en light CLIL – seizoenen, feesten, zoals Halloween en het weer in het Engels – en vanaf 2011 met medium CLIL, waarbij onderwerpen uit het vakgebied Wereldoriëntatie in het Engels worden aangeboden. In schooljaar 2016/2017 is in groep 1 tot en met 3 en in één groep 4 al tweetalig onderwijs ingevoerd in 30 procent tot 50 procent van de lestijd en wordt daar real CLIL toegepast. De groepen 5 tot en met 8 krijgen nu nog vvto in 15 procent van de lestijd, maar tpo schuift op in de school: volgend jaar zijn alle groepen 4 aan de beurt met tpo en 1 groep 5.

In groep 1 en 2 voeren op woensdag twee groepsleerkrachten die voorheen bij Earlybird werkten en veel affiniteit met Engels hebben de gehele dag alle activiteiten uit in het Engels. Op de andere dagen krijgen de leerlingen in de onderbouw gedurende tweeëneenhalf uur per dag les in het Engels. Ook tijdens pauzes wordt Engels gesproken. Omdat het belangrijk is om de kerndoelen goed te volgen, juist als een school zo veel Engels aanbiedt, heeft de Passe Partout daar bij de keuze van de thema´s en onderwerpen goed op gelet. De school gebruikt Engelstalige methodes, zoals Cookie and Friends, maar de inhoud daarvan is niet meer toereikend voor het aantal lessen Engels. Daarom worden er ook onderwerpen gekozen uit bijvoorbeeld de methode Kleuterplein en is er materiaal aangeschaft van de Kleuteruniversiteit. De leerlingen doen dan teloefeningen en gym in het Engels, maar ook alledaagse routines komen in het Engels aan de orde. In september leren alle onderbouwleerlingen al hoe ze in het Engels moeten groeten.

Jenico Olls, coördinator Engels op Passe Partout, coacht alle leerkrachten voor Engels en geeft niet alleen de lessen in groep 1 tot en met 4, maar ook aan de DaVinci-leerlingen. Zij is heel enthousiast over het materiaal van de Kleuteruniversiteit: ‘Het is mooi uitgewerkt en niet zo duur.’ Zij vindt goede instructie in het Engels zeer belangrijk omdat daarna de lessen de diepte in kunnen gaan. De school werkt veel met multiple intelligences. Daar moet het materiaal ook bij passen.

Onderwerpen uit wereldoriëntatie komen structureel aan bod. De school werkt met thema´s volgens het concept ‘onderzoekend en ontwerpend leren’. Door onderzoekend en ontwerpend leren, verwerven de kinderen vaardigheden, zoals informatie opzoeken, kennis opzoeken, informatie verzamelen, samenvatten en presenteren. De thema’s wisselen om de paar jaar wisselen dus het is best veel werk en het kost wel wat tijd om de thema´s naar het Engels om te zetten. Maar Jenico stelt dat het niet gaat om de leerkracht, maar dat de opbrengsten voor het kind voorop staan.

De lestijd voor Engels is voor groep 1 en 2 tenminste negen en een half uur per week. Groep 3 begint met zes uur per week. Dit wordt uitgebouwd naar negen uur. Zo is er ruimte voor leren lezen en schrijven in het Nederlands. Ze krijgen tien CLIL-lessen in totaal. Lezen en schrijven in het Engels wordt nog even geparkeerd maar leerlingen die dat al wel willen en kunnen, mogen daarmee toch beginnen. Schrijven in Engels begint voorzichtig in groep 4, tenzij het kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, dan kan er meer. De enige tpo-groep 4 krijgt tenminste negen en een half uur Engels per week. De ander groep 4 en de groepen 5 tot en met 8 krijgen ten minste drie uur Engels per week, waarvan tien CLIL-lessen verplicht per jaar.

Uitgangspunt voor CLIL zijn lessen die al in het Nederlands werden gegeven, dus inhoud en doelen voor deze CLIL-lesssen zijn hetzelfde. Ook worden lessenseries van de site van EarlyBird gekozen. Sommige leerkrachten ontwerpen hun lessen zelf of samen met collega´s. Ze gebruiken ook methodemateriaal en maken zelf games om in het Engels spreekvaardigheid of grammatica te oefenen. Er is min of meer een doorlopende leerlijn maar de school werkt continu aan verbetering daarvan. Evaluatie vindt plaats door methodetoetsen; spreekvaardigheid door observatie. Vanaf groep 5 wordt een Anglia placement test gebruikt om het niveau van de leerlingen te bepalen. Groep 8 maakt de officiële Anglia test. De resultaten worden aan de leerlingen meegegeven naar het voortgezet onderwijs.

Alle groepsleerkrachten geven Engels, ook de gymleerkracht. Ze moeten wel bij voorkeur niveau B2 hebben. Ze doen een Anglia-placementtest taalvaardigheid om dat vast te stellen. twintig leerkrachten van de 38 volgden nascholing in Engeland – Pilgrim Courses in Canterbury – en sommigen aan de Hogeschool Rotterdam. Leerkrachten die B2 nog niet hebben behaald, werken hier aan en worden getoetst. Personeelsbeleid en aannamebeleid is in principe afgestemd op dit niveau en op kennis van en affiniteit met Engels, anders werkt het niet. De school onderhoudt nauw contact met docenten Engels van de pabo van Hogeschool Rotterdam. Jenico is heel enthousiast over de student/stagiaires die daar het Yellow Brick Roadprogramma voor vvto hebben gevolgd. Van hen leren de leerkrachten ook weer veel. De school heeft het EarlyBird-keurmerk.

Het voordeel van CLIL is dat je heel goed gedifferentieerd kunt werken. Nadeel is dat het meer tijd kost. Toekomstplannen: het doel is dat alle leerkrachten gewoon goede CLIL-lessen kunnen geven. Nascholing voor taalvaardigheid is daarbij noodzakelijk. Ook is het team naarstig op zoek naar goed CLIL-materiaal en willen ze gedeeltes uit het curriculum compleet uitwerken in het Engels en borgen om een goede basis aan lesmateriaal op te bouwen. Jenico vindt het jammer dat er geen structurele aansluiting met het vo is. Knelpunt van beide kanten is gebrek aan tijd en het voortgezet onderwijs lijkt er niet veel belangstelling voor te hebben. Leerlingen die naar het vo gaan, merken dat daar spelling en grammatica soms zo belangrijk zijn dat wat ze in het po hebben geleerd, niet goed uit de verf komt. De school overweegt daarom om meer tijd expliciet aan spelling en impliciet aan grammatica te geven maar overleg met het vo staat nog steeds op de agenda. Conclusie: Passe Partout biedt real CLIL in de onderbouw en is bezig dit uit te bouwen in midden- en bovenbouw.