Praktijk digitaal – Een rubric inzetten

pp.25-28_Praktijk_JSW januari 2018_SamenwerkenHet ontwikkelen van competenties krijgt steeds meer aandacht in het basisonderwijs. Hoe kun jij dit proces als leerkracht vormgeven en monitoren? En: kunnen je leerlingen zelf ook volgen en beoordelen of en hoe zij deze vaardigheden ontwikkelen?

Volgens Thijs, Fisser en Van der Hoeven (2014) wordt voor deze vaardigheden vaak de begrippen 21st century skills, life long learning-competenties, kerncompetenties of vakoverstijgende competenties gebruikt. De afgelopen jaren is onder andere door het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) onderzoek gedaan naar de manier waarop deze vaardigheden in het curriculum opgenomen kunnen worden. Van Graft en Kemmers concludeerden al in 2007 dat leerlingen deze het beste kunnen oefenen door zelfstandig in groepjes aan een onderzoeksopdracht te werken. Op veel basisscholen is deze werkwijze structureel in het activiteitenaanbod opgenomen.

Behoefte aan meetinstrument
Bij leerkrachten ontstond daarbij de behoefte aan een meetinstrument om de ontwikkeling van vaardigheden goed te kunnen beoordelen en evalueren. Een mogelijkheid om de kwaliteit van de vaardigheden en de mate van adequaat gedrag in bepaalde situaties te meten, is het gebruik van een rubric. Dit door de Amerikaanse professor Dodge ontworpen schema kan een krachtig onderwijsmiddel zijn, omdat het leerkrachten én leerlingen inzicht geeft (Dodge & Pickett, 2007). In deze bijdrage van de rubriek Praktijk lees je hoe je als leerkracht een rubric kunt inzetten bij het onderzoekend leren in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs.

Wat is een rubric?
Een rubric is een beoordelingsinstrument voor één vaardigheid, bijvoorbeeld communiceren of samenwerken, gericht op het leerproces (Chevalking et al., 2012). Op de verticale as staan een aantal beoordelingscriteria of deelvaardigheden. Daarachter staan kolommen met gedragskenmerken, met daarboven op de horizontale as een normering in beheersingsniveaus. Goede rubrics gaan uit van beschrijvende waarderingsniveaus, zodat de eisen of verwachtingen duidelijk zijn. Het is belangrijk dat ze zoveel mogelijk positieve formuleringen bevatten (zie kopieerblad 1 op pagina 26 voor een voorbeeldrubric voor de vaardigheid samenwerken).

Een rubric inzetten
Door de rubric aan het begin van de opdracht samen te bespreken, weten de leerlingen precies welke centrale vaardigheid en deelvaardigheden je van hen verwacht. Tijdens de werkmomenten kun je aan de hand van de rubric voortgangsgesprekken voeren met individuele leerlingen, kleine groepjes of indien gewenst met de hele groep. Zo weet je als leerkracht hoe de leerling zichzelf beoordeelt en kun je hem of haar eventueel begeleiden bij het oefenen van de centrale vaardigheid. Na afloop van de opdracht geven leerlingen per groepje eerst feedback op elkaars deelvaardigheden en kruisen daarbij een beheersingsniveau aan in de rubric. Daarna reflecteren zij zelf op het eigen leerproces en vullen de eigen beoordeling in. Aan de hand van de ingevulde rubric wordt een reflectieblad ingevuld (zie kopieerblad 2 op pagina 27). Dit blad wordt samen met de rubric toegevoegd aan een leerlingportfolio. Deze verzameling kun je als leerkracht op diverse manieren gebruiken bij je beoordeling, observaties, rapportage en ouder- of kindgesprekken. De medailles die in dit praktijkvoorbeeld gebruikt worden, voegen een element van gamification toe dat inzicht en directe feedback geeft en de leerlingen op een positieve manier stimuleert.

In de praktijk
In de middenbouwgroep doen de leerlingen onderzoek naar wereldoriënterende thema’s. Bij elk thema staat een vaardigheid met bijbehorende deelvaardigheden centraal in de rubric. Voor aanvang van het thema bespreekt de leerkracht met de leerlingen de gedragskenmerken en de waarderingsschaal (zie kopieerblad 1 op pagina 26). Voor haar groep betekent dat: wanneer een bronzen (voldoende), zilveren (ruim voldoende) of gouden (goed) medaille behaald is bij een deelvaardigheid. In de individuele- en groepsgesprekjes tijdens het onderzoeksproces bespreekt de leerkracht hoe de leerlingen zichzelf op de deelvaardigheden inschalen en waarom, en stellen zij samen de doelen voor deze themaperiode vast, zodat haar leerlingen hun eigen proces kunnen bijsturen. Ter afsluiting van het thema gaan de leerlingen eerst met elkaar in dialoog: ‘Hoe vond jij dat ik … ?’ en kleuren ze het bijbehorende niveau voor elkaar in de rubric in. Daarna evalueert elke leerling alle deelvaardigheden ook nog zelf: ‘Hoe vond ik dat ik … ?’ Ook dit wordt ingekleurd. Op basis hiervan kan elke leerling op elke deelvaardigheid een medaille voor een beheerst niveau behalen. Op een klassikale rubric plakken alle leerlingen tenslotte de door hen behaalde medailles per deelvaardigheid op, zodat een totaalbeeld van de beheersing van de deelvaardigheden op groepsniveau ontstaat. Tenslotte schrijft elke leerling een kort reflectieverslag, dat met de rubric in het portfolio gestopt wordt. Daarop ontvangt elke leerling feedback (‘tops’) en feedforward (‘tips’) van de leerkracht, waarbij ook de bevindingen uit haar eigen observaties meegenomen worden.

Voordelen
Het werken met een rubric heeft veel voordelen, zowel voor jou als leerkracht als voor je leerlingen. Allereerst weten je leerlingen vooraf precies welke deelvaardigheden centraal staan om te oefenen. Je maakt dit proces daarmee transparant en inzichtelijk en je leerlingen starten beter voorbereid met hun werk. Ze worden zich daardoor meer bewust van hun handelen en gedrag op dit terrein. Daarnaast is een rubric voor jou een handig hulpmiddel bij het geven van feedback, volgens Hattie en Timperley (2007) één van de meest krachtige middelen om leren te beïnvloeden. Tenslotte hebben je leerlingen een instrument voor reflectie en evaluatie. De beschrijvende score maakt duidelijk wat goed ging en wat minder goed ging. Zo kunnen je leerlingen zichzelf nieuwe leerdoelen stellen en nagaan of en hoe oefening nodig is. Door dit inzicht in de mate waarin een bepaalde (deel)vaardigheid beheerst wordt, bevordert het gebruik van een rubric het zelfsturend leren.

Wat levert het op?
Werken met een rubric is een manier om een grote bijdrage te kunnen leveren aan het ontwikkelen van generieke vaardigheden als samenwerken, communiceren en informatie verwerven. Daarnaast neemt de eigen verantwoordelijkheid van je leerlingen voor hun inzet en de kwaliteit van het reflecteren op de eigen houding toe, omdat zij vanaf het begin bij het beoordelingsproces betrokken zijn. Kinderen voelen zich meer eigenaar van hun eigen leerproces, waardoor een grotere mate van zelfsturing mogelijk wordt.

Literatuur
• Chevalking, J.W., Stegenga, T., Corda, A. (Red.), Krijnen, E. (Red.), & Es, W. van der (Red.) (2012). CLIL Toolkit voor het basisonderwijs 11. Leiden: Universiteit Leiden.
• Dodge, B., & Pickett, N. (2007). Creating A Rubric for a Given Task. Geraadpleegd op: http://webquest.org/sdsu/rubrics/weblessons.htm.
• Graft, M. van & Kemmers, P. (2007). Onderzoekend en ontwerpend leren bij natuur en techniek. Den Haag: Stichting Platform Bèta Techniek.
• Hattie, J. & Timperley, H. (2007). The power of feedback. Review of educational research, 77 (1), 81-112.
• Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO.

Download hier de pdf-versie van deze praktijkbijdrage zoals gepubliceerd in JSW januari 2018.