Praktijk digitaal – Sociale netwerken

pp.25-28_Praktijk_JSW maart 2018_SmartphoneVanaf groep 6 neemt het smartphonegebruik onder kinderen sterk toe: 92 procent van alle 12-jarigen heeft een smartphone, van wie 90 procent toegang heeft tot internet via wifi of 3G/4G (Kennisnet, 2017). Kinderen krijgen dan toegang tot het internet en gaan gebruikmaken van verschillende social media. Maar zijn de kinderen uit de bovenbouw van de basisschool uitgerust met de kennis en tools om veilig en goed deel te kunnen nemen aan deze sociale netwerken?

In de bovenbouw van de basisschool ontstaan vaak de eerste WhatsApp-groepen en worden de eerste online vriendschappen aangegaan. Kinderen posten foto’s, berichten en reageren op elkaar. Ze begeven zich op een online omgeving waar ze vaak meer vrijheid hebben dan op school en in deze ruimte moeten kinderen gecoacht worden. Er is, naast dat ze wel weten hoe de app technisch werkt, ten slotte een hoop wat ze ook nog niet weten over vindbaarheid, privacy en bijvoorbeeld over de algemene voorwaarden en minimumleeftijden.

Het belang van les op school
De Monitor Jeugd en Media 2017 (Kennisnet, 2017) is een onderzoek naar het online gebruik van media onder jongeren van 10 tot 18 jaar. Uit dit onderzoek blijkt dat kinderen vertrouwen hebben in hun digitale kennis en vaardigheden, terwijl een praktische test (Mediawijzer.net, 2013) een ander beeld geeft. Om je online goed te kunnen gedragen, zijn kennis en vaardigheden belangrijk. De kennis en het begrip dat alles wat je post door iedereen gelezen en teruggevonden kan worden, is al heel belangrijk. Volgens een internationaal onderzoek, waar Metro in 2016 over schreef (Pel, 2016), vertonen Nederlandse tieners online het meest gemeen gedrag. Uit de Monitor Jeugd en Media 2017 (Kennisnet, 2017) komt ook naar voren dat de rol van de school in het aanleren van digitale vaardigheden klein is en dat kinderen deze kennis en vaardigheden met name thuis opdoen. Aangezien het niet voor ieder kind geldt dat zij deze vaardigheden thuis meekrijgen, is het belangrijk ook op school aandacht te besteden aan dit onderwerp. Het online imago valt onder het mediawijs worden. Veel verschillende lesprogramma’s over mediawijsheid besteden dan ook aandacht aan onderwerpen als het online imago. Daarnaast kun je er uiteraard ook zelf mee aan de slag gaan, waaronder met onderstaand voorbeeld.

Competentieniveaus
Mediawijzer.net (2013) heeft een mooie leerlijn ontwikkeld over verschillende niveaus binnen mediawijsheidcompetenties. Een van de de onderdelen gaat over het participeren op social media. Deze leerlijn is in vier niveaus onderverdeeld. De leerlijn bouwt op van de participatie aan sociale netwerken, gevolgd door het meer professioneel en doelmatig gebruiken, naar het bewust inzetten en vormgeven van verschillende social media tot aan het optreden als een connector tussen verschillende personen, het inspireren van anderen en het actief uitdragen van het doel en de nettiquette. Het constructief participeren speelt een belangrijke rol in het doorlopen van deze leerlijn. Niveau 4 kan dan ook alleen behaald worden als de leerling zich richt op zichzelf, de anderen en het gezamenlijke doel van de community als geheel. Het is dus ook belangrijk om het doel van het deelnemen aan social media te bespreken. Daarnaast is het belangrijk dat de leerling leert te waken over de netiquette en uitsluiting en pesten tegengaat. Binnen deze competenties wordt ook aandacht geschonken aan andere onderwerpen die binnen het onderwerp mediawijsheid vallen, zoals het vinden en verwerken van informatie en de media begrijpen en zien hoe zij de werkelijkheid kleuren. Zeker de moeite waard dus om eens door te nemen!

In gesprek gaan
De opdrachten op de volgende kopieerbladen (zie pagina 26 en 27) bieden een mooie kans om in gesprek te gaan met de kinderen over de informatie die over hun persoon op het internet komt en de invloed die zij hierop kunnen uitoefenen. Er zijn veel verschillende manieren om met kinderen in gesprek te gaan over hun toekomstig online imago. Er is een aantal methodes ontwikkeld, er zijn leerlijnen over mediawijsheid te vinden en er zijn andere werkvormen te bedenken om in gesprek te gaan. Bij het bespreken van het online imago zijn verschillende onderwerpen belangrijk. Enkele daarvan zijn de privacyinstellingen en de invloed die daarop uitgeoefend kan worden, de vindbaarheid van de accounts en posts en de gedragsregels.

Instellingen
Om invloed uit te kunnen oefenen op het online imago moet het kind op de hoogte zijn van de privacyinstellingen, accountinstellingen en de filterinstellingen van het medium dat het kind gebruikt. Wist je bijvoorbeeld dat er een kindermodus bestaat in YouTube die ongepaste content wegfiltert voor kinderen? Daarnaast is het goed om door te nemen welke instellingen aangepast kunnen worden in het account om invloed uit te oefenen op de eigen online privacy en vindbaarheid, te beginnen bij het aanmaken van een nickname die niet direct herleidbaar is tot hun eigen voor- en achternaam.

Minimumleeftijd?
Heel veel kinderen zijn actief op YouTube met het maken en volgen van vlogs. Toch is het zo dat een kind volgens Google minstens 16 jaar moet zijn om zelf een Google-account aan te maken en deze te gebruiken voor bijvoorbeeld het maken van vlogs (Google, 2018). Waarom is dat zo en hebben ouders ingestemd met het aanmaken van de accounts? Het is ook interessant om te bespreken welke afspraken gemaakt zijn over het gebruik van de accounts. Daarnaast is het belangrijk om met kinderen te bespreken om altijd in het achterhoofd te houden wie de opmerkingen of posts kan zien. Stel bijvoorbeeld ook de bekende vraag of ooms, tantes, opa’s en oma’s alle posts mogen lezen en wat je hieraan zou kunnen doen.

Gedragsregels
Of toekomstige bazen of oma’s jouw berichten mogen lezen, richt gelijk de aandacht op de gedragsregels. Adviseer kinderen om bewust na te denken voor het posten van berichten en reacties en om zich bewust te zijn van de eventuele openbaarheid van de post waarop gereageerd wordt. Geef ook als tip mee om de toon in posts en berichten vooral positief te houden en om afstand te houden van negativiteit. Het is tenslotte de bedoeling om op een constructieve manier deel te nemen aan het netwerk en om de interactie te bevorderen. Destructief of ongewenst gedrag zal altijd voorkomen, daarom is het juist belangrijk om gesproken te hebben over wat het kind moet doen als het hiermee in aanraking komt.

De leerkracht
Niet alle leerkrachten voelen zich even kundig met betrekking tot digitale vaardigheden en mediawijsheid en sommige leerkrachten hebben er minder affiniteit mee. Mede om deze redenen wordt er dan weinig aandacht besteed aan onderwerpen als online gedrag en het online imago, terwijl het vroeg of laat altijd weleens ter sprake komt. Ga in gesprek met de kinderen over hun online activiteit, bevraag ze over wie gebruikmaakt van welke vormen van social media en welke afspraken zij daarover hebben gemaakt en bespreek hun eigen online identiteit. Het blijft interessant en goed om te weten welke vlogs kinderen leuk vinden en het blijft belangrijk om op de hoogte te zijn welke vaardigheden kinderen nodig hebben om juist ook online veilig en constructief te kunnen participeren in een sociaal netwerk.

Literatuur
• Kennisnet (2017). Monitor Jeugd en Media 2017. Zoetermeer: Kennisnet.
• Pel, A.F. (2016, Nov. 14). ‘Nederlandse kinderen online het gemeenst’. Metro, 18.
• Mediawijzer.net (2013). Competentieniveaus van de 10 mediawijheidcompetenties. Hilversum: Mediawijzer.net.
• Google (2018). Bronnen voor ouders: hoe oud moet mijn kind zijn om YouTube te gebruiken? Mountain View, CA: Google.

Download de pdf van deze praktijkbijdrage zoals gepubliceerd in JSW maart 2018, met de bijbehorende kopieerbladen.